


Zwemmen door de modder!
Cano Negro naar Tenorio
Vandaag hadden we géén wekker. Luxe!
Nou ja… om 6:15 waren we natuurlijk gewoon wakker. Dat dan weer wel.
Ik word helemaal gek van de tassen en besluit ze toch maar weer opnieuw in te pakken. We hebben tijd, dus waarom ook niet. Om 7:00 zitten we aan het ontbijt. We bellen even met tante Hies, want die is vandaag 75 geworden 🎉
Beeldbellen lukt niet echt – de verbinding is net zo stabiel als het warme water hier – dus dan maar gewoon bellen.
Van prins- en prinsessengedrag is hier sowieso geen sprake. Maar eerlijk: het is wel lekker praktisch. In 15 minuten ben ik gewassen, geschoren en aangekleed. Dat wassen blijft overigens nog steeds KOUD. Maar goed, je wordt er wakker van.
Vandaag hebben we “maar” een ritje van anderhalf uur voor de boeg. Alleen… het eerste stuk weg is zó slecht. Waterplassen, modder, diepe kuilen – het is meer offroad dan weg.
Onderweg hoort Bas een toekan. De speaker gaat op het dak van de auto en het geluid van de toekan wordt het bos in geblazen. Ik speur met de verrekijker… en ja hoor, zeker zes stuks! Ze zijn alleen niet heel blij met deze luidruchtige indringer.
We rijden door bijzondere dorpjes, met loslopende honden. De inwoners lopen zelf lopen alrijd met een paraplu en laarzen, stadaard outfit! En opvallend veel mensen dragen een groot mes. Dat voelt altijd nét even spannend.
We komen langs enorme ananasvelden waar mensen aan het werk zijn. Aha… dáár zijn die messen voor. Ze komen meestal op de brommer, soms met z’n drieën tegelijk. Buik in? Past prima.
We stoppen bij een boom vol nesten van de Oropendola’s. Die maken echt een heel apart geluid, alsof iemand een sci-fi-effect heeft aangezet. Dat geluid maken ze terwijl ze koprol maken om de tak..... Epke Zonderland zou er jarlours op zijn!
Even verder rijden we door een piepklein dorpje. Het weer is ineens weer prima. Dat wisselen van weer gaat hier supersnel, maar de temperatuur blijft gelukkig aangenaam. Dan ziet Bas een Crested Guan vliegen. Althans, dat zegt Bas. Ik zag vooral een hele grote bruine vogel voorbij komen.
En ja hoor… we staan wéér midden op de weg stil. Dit keer zet Bas wel netjes de alarmlichten aan. De vogel gaat zitten, vliegt weg, en Bas is diep teleurgesteld. Volgens Bas was dit een hele bijzondere volgel en de kans dat we hem weer zouden zien zou heel klein zijn!
Even verderop merken mensen dat we druk bezig zijn. Gisteren had Bas nog gelezen: niet stoppen bij pechgevallen, doorrijden bij lekke banden, oppassen met vreemden. Goed om te onthouden…
Een man op een quad stopt achter ons en vraagt iets in het Spaans (denk ik). Bas legt uit dat we de Guan willen fotograferen. De man zegt doodleuk dat hij er altijd wel zes in zijn tuin heeft zitten. (zeer zeldzaam dus.....)
Bij mij gaan álle alarmbellen af. Bas daarentegen wordt ineens zo naïef als een deur en vraagt of we daar foto’s mogen maken.
“Ja hoor, geen probleem.”
Tuurlijk. Daarna lees je het in de krant: twee Nederlanders spoorloos verdwenen.
Locatie bepaling gaat aan! Ik ap naar mijn oom en tante als jullie naar 12 uur geen teken van leven hebben liggen wij onder de grond op de laatste aangegeven locatie.....
Maar… we rijden achter hem aan en komen bij een prachtig huis terecht. Hij laat ons zijn hele tuin zien, stelt ons voor aan zijn vrouw, en we kunnen de Guan én allerlei andere vogels prachtig fotograferen. Zelfs apen in de bomen achter zijn huis. Super aardige mensen. Na een half uur maken we nog een foto van hen en rijden weer verder, levend en wel.😅
Hoe dichter we bij Bijagua komen, hoe meer regen. Dikke buien, dan weer droog. Om 11:00 komen we aan bij het hotel – veel te vroeg natuurlijk. Onze kamer is nog niet klaar, logisch. Wel worden we heel warm ontvangen op deze zen-plek. Het ruikt hier heerlijk. De jongeman legt alles uit, maar Bas ziet letterlijk alleen maar vogels vliegen. De aandacht erbij houden is lastig.
We lopen een jungletrail bij het hotel en worden getrakteerd op een enorme hoosbui. Gelukkig kunnen we schuilen onder het dak van het yogadeck. We staan daar met een stel Duitsers, die ons enthousiast de nachtwandeling in de buurt aanraden.
We besluiten naar het Hummingbird Café te gaan om te lunchen. Vanavond hebben we van 18:00 tot 20:30 de tapirtour, dus alvast eten is slim.
Het café ligt midden in het bos en het regent nog steeds keihard. Een prachtige eekhoorn zit doodleuk in de plensbui het laatste fruit van de feeders weg te halen.
We bestellen eten en zitten hier heerlijk. Bas ziet dat er ook wandelingen worden aangeboden en gaat informeren. $15 per persoon, een uurtje. We lopen nu toevallig in gewone kleding en – verrassend – met kleppertjes. De wandelschoenen liggen in de auto. Toch besluiten we mee te gaan.
Het is een leuk rondje: we zien drie luiaards, kikkers en krijgen veel uitleg over planten. We komen zelfs een prachtige kikker tegen… in slaapstand.
Rond 15:30 gaan we terug naar het hotel. Wat een mooie kamer, en hier ruikt het óók lekker. We maken ons klaar voor vanavond, al ziet het weer er niet best uit. We leggen ons er alvast bij neer dat we zeiknat gaan worden.
We vinden het groene hek waar we moeten wachten, zijn wat vroeg en rijden nog een stukje door. Smalle bergweg, mist, bochten… maar met Bassie als chauffeur komt alles goed.
Bij Tapir Valley moeten we laarzen aan. Ik laat mijn bergschoenen zien: “Dit is toch prima?”
Nee dus. Ik móét in die laarzen waar al honderd mensen met schimmelvoeten in hebben gezeten. Top.
De gids oogt niet supervrolijk, maar wie weet trekt dat nog bij als hij ziet hoe leuk wij zijn.
We beginnen meteen met een steile, gladde modderheuvel. Pfff. Als dit drie uur zo doorgaat… Gelukkig valt het mee. Het pad wordt beter, de gids niet per se. We speuren ruim een uur naar tapirs, maar helaas: niks. Wel blijft het wonder boven wonder droog.
We stoppen bij een soort lodge voor een pauze. Fruit, koekjes, drinken… prima geregeld. Ook vleermuizen vinden het hier gezellig en scheren langs ons hoofd. Niet bang hoor, maar ze kwamen wel héél dichtbij. De gids legt een banaan neer met een rood lampje erop… en jawel: feest. Vreten dat ze doen. Heel veel vleermuizen. (Hiesje: nachtvlinders!)
Met hoofdlampjes gaan we weer op pad, op zoek naar kikkers, slangen en andere beesten. En dan snap ik ineens waarom we laarzen aan moesten. Modderpoelen, water tot bijna ín de laarzen, vastzitten, glibberen… het is echt zwaar. En nog steeds: droog!
Bij een dicht begroeid bospad moeten we wachten. De gids loopt eerst alleen naar binnen. “Hij kijkt vast of het veilig is,” denk ik. Fijn hoor.
Dan roept hij ons en zien we een prachtige kleine slang op een boomstam. Zeer giftig en zelfs dodelijk, horen we.
We zien ook een enorme mooie vlinder in slaapstand. Dan ineens: opschieten! De tapirs zijn gespot. Rennen door de modder, bijna zwemmen door plassen. Het tempo ligt hoog. Pfff… dat was wel even aanpoten.
En dan: twee tapirs. Het is pikdonker, maar met Bas’ flitser en de lampen van de gids lukt het om ze goed te zien en vast te leggen. Wat een moment!
Natuurlijk begint het daarna alsnog te plenzen. De gids vraagt of we terug willen, maar nat zijn we toch al, dus we lopen door. Koud is het niet. Na tien minuten stopt de regen weer.
Bas blijkt het “snoepje van de week”: al lekgeprikt en nu nog meer. Ik heb ook wat bultjes, maar lang niet zoveel.
Om 21:39 komen we moe, nat maar een fantastische ervaring rijker terug bij het hotel. Snel douchen, snel nog een wijntje en dan slapen.
Morgenochtend om 5:45 weer paraat voor de vogeltour opde zelfde plek.

















© This site is proudly created by Esther van der Zouw 2025




























