

Klein Paradijs............
Port Jimenez
De wekker gaat om 4:30… maar eerlijk is eerlijk, ik was al half wakker. Het heeft vannacht flink geregend en geonweerd, zo’n tropische knaller waarbij je denkt dat het dak elk moment weg kan waaien. Maar we hebben verrassend goed geslapen.
In het donker kleden we ons aan en lopen naar de lobby waar onze gids al klaarstaat. We rijden naar verschillende plekken en zien meteen van alles. Soms wat ver weg, maar door de scoop prachtig dichtbij. Een caracara met een jong – altijd leuk, moeder in actie – en dan eindelijk… een trogan! En niet één, maar een stuk of vijf. Wat een kleuren hebben die beesten. Alsof iemand met een doos stiften is losgegaan.
Na de vogels is het tijd voor ontbijt. En ook dat is hier weer perfect geregeld. Echt, alles klopt. Het smaakt heerlijk en ik probeer alvast mentaal energie te sparen voor wat nog komt.
Na het ontbijt besluiten we naar het strand te lopen. Dat betekent: eerst een flink stuk naar beneden. En later… 600 treden weer omhoog. Maar hé, dat is zorg voor later. Eerst dalen.
Onderweg zien we aapjes en van die uit de kluiten gewassen cavia’s. Alsof iemand een gewone cavia heeft opgepompt met een fietspomp.
Op het strand ligt een hoop zand vol krabben. Blijkt dat er schildpadeieren zijn opgegraven door een neusbeertje en de krabben doen zich nu tegoed aan de restjes. De kringloop van het leven… maar dan een tikje ongemakkelijk om naar te kijken.
Het plan is om naar de rotsen te lopen om te tidepoolen. Dat blijkt nog best een wandeling over het strand. Ik hobbel er een beetje achteraan. Tidepoolen zelf is niet spectaculair – behalve wat krabbetjes zien we niet veel. Maar dan zit er ineens een yellow-headed caracara vlakbij, totaal niet bang.
En dan hoor je ze al: macaws! Vijf rode ara’s komen aanvliegen en gaan in de bomen zitten eten. Ze vliegen steeds kleine stukjes verder. Echt zo gaaf om te zien. Bas staat natuurlijk weer fanatiek te fotograferen. Ik kan weinig, want ik had alleen mijn macro-lens mee voor het tidepoolen.
We zien ook nog een witte roofvogel (naam even kwijt) en er vliegen continu pelikanen over zee. Alsof het een snelweg is daarboven.
En dan… de trap. 600 treden omhoog. We beginnen aan de klim en ik weet één ding zeker: dit is het laatste wat ik vandaag doe. In mijn hoofd start ik mijn motivatielied:
Zo lekker lunch, cocktail, zwembad… woop woop.
Zo lekker lunch, cocktail, zwembad… woop woop.
Halverwege sist Bas ineens: “Ssssttt… trogan!”
Natuurlijk. Hij ziet er weer één. Hij maakt nog snel een foto terwijl ik mijn interne lunch-cocktail-zwembad-mantra hervat.
Maar… YES! We halen het. Boven! Ik voel me alsof ik een berg heb bedwongen.
We sprinten (nou ja… strompelen) naar onze heerlijke buitendouche. Daarna door naar de lunch. We bestellen allebei twee ijsthee en twee cola. De bediening ziet waarschijnlijk dat we eruitzien alsof we net uit de sauna komen en brengt twee koude handdoekjes. Oooo dat is echt hemels.
Na opnieuw een fantastische lunch ploffen we bij het zwembad neer. Het is zó heet dat we niet naast het zwembad liggen, maar er gewoon ín gaan zitten. Dit is geen zwemmen meer, dit is overleven.
Bas heeft zich ook nog ingeschreven voor de nighttour van vanavond. Ik sla een rondje over. Mijn muntjes zijn echt bijna op.
Maar eerst: barles om 16:00. Dat was verrassend leuk! We zijn met z’n drieën en mogen allemaal een cocktail kiezen. De barman maakt ‘m eerst voor, verdeelt ‘m over drie glaasjes, en daarna mogen we zelf shaken. En uiteraard opdrinken. Educatief verantwoord.
Het loopt allemaal een beetje uit – gezellig geklets aan de bar – maar Bas moet opschieten. Om 18:00 moet hij in de lobby zijn voor de nighttour.
Tijdens de avondwandeling zien ze van alles: schorpioenen, spinnen, slangen, kikkers… Ik krijg achteraf de volledige reportage. Ondertussen zit ik heerlijk op de kamer foto’s te bewerken en vooral: niks te doen. Wat ook wel eens lekker is.
Om 19:30 is de wandeling afgelopen en gaan we nog naar het diner. Het eten is weer heerlijk, maar ik merk dat ik het zwaar heb. Mijn ogen voelen alsof er zand in zit.
Eenmaal terug op de kamer val ik als een blok in slaap. Geen onweer, geen jeuk, geen trappen. Gewoon… uit.














© This site is proudly created by Esther van der Zouw 2025




























